ECLI:NL:RVS:2003:AO0945
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- G.K. Klap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor niet-erkend bodemonderzoek
Verzoeker kreeg bij besluit van 4 november 2003 een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Twenterand omdat niet-schone grond van het ene perceel naar het andere was verplaatst zonder dat deze was onderzocht door een erkend bureau volgens het Bouwstoffenbesluit protocol AP04.
Verzoeker betoogde dat de grond slechts licht verontreinigd was en niet als schone grond mocht worden verhandeld, en dat de grond bovendien niet was verhandeld maar op eigen terrein was verwerkt, waardoor nader onderzoek niet nodig zou zijn.
De verweerder stelde dat het uitgevoerde bodemonderzoek niet door een erkend bureau was uitgevoerd en niet voldeed aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit, waardoor onduidelijk bleef of de grond zonder nadere voorzieningen kon worden toegepast.
De Voorzitter stelde vast dat de grond was verplaatst en uitgespreid en dat het bodemonderzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen, ongeacht het feit dat de grond op eigen terrein was verwerkt. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.