ECLI:NL:RVS:2003:AO0951

Raad van State

Datum uitspraak
15 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200306699/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArtikel 25 bestemmingsplan Noordpolder 1984Artikel 5.1.1 bouwverordening 1999 gemeente Berkel en Rodenrijs
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen besluiten college Berkel en Rodenrijs inzake overtreding bestemmingsplan en bouwverordening

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs, waarin hem werd gelast overtredingen van het bestemmingsplan en de bouwverordening te beëindigen door het verwijderen van voertuigen en het staken van hinder veroorzakende werkzaamheden in zijn tuin.

Het college handhaafde deze besluiten na bezwaar met een andere motivering. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker verzocht vervolgens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter constateerde dat het besluit van 29 april 2003 niet duidelijk maakte dat een deel van de last was komen te vervallen, hetgeen de eis van rechtszekerheid schond. Tevens was onduidelijkheid over de plaatsing van maximaal twee auto's in de tuin, waartegen geen bezwaar bestond, maar het besluit maakte hier geen uitzondering voor.

Gezien deze onzekerheden bestond gerede twijfel over het in stand blijven van de uitspraak in de bodemprocedure, wat aanleiding gaf tot het treffen van de voorlopige voorziening. De Voorzitter schorst de besluiten en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: De besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs worden geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

200306699/2.
Datum uitspraak: 15 december 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 9 september 2003 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs.
1. Procesverloop
Bij besluit van 6 januari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs (hierna: het college) verzoeker onder oplegging van drie afzonderlijke dwangsommen gelast de overtreding van artikel 25 van Pro het bestemmingsplan “Noordpolder 1984” te beëindigen door de voertuigen en voertuigonderdelen die in de tuin bij de woning op het perceel [locatie] te [plaats] zijn gestald te verwijderen en de overtreding van artikel 5.1.1 van de bouwverordening 1999 van de gemeente Berkel en Rodenrijs te beëindigen door het in overeenstemming brengen van deze tuin met de bestemming en de hinder veroorzakende werkzaamheden aan voertuigen en voertuigonderdelen in de tuin te staken.
Bij besluit van 29 april 2003 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 6 januari 2003 met een andere motivering gehandhaafd.
Bij uitspraak van 9 september 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 6 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 13 en 22 november 2003.
Bij brief van 12 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 november 2003, waar verzoeker in persoon en het college, vertegenwoordigd door M.L.F. de Bruijn, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In de aangevallen uitspraak is overwogen dat ter zitting bij de voorzieningenrechter van de zijde van het college desgevraagd is verklaard dat een deel van de bij het besluit van 6 januari 2003 opgelegde last bij het besluit van 29 april 2003 is komen te vervallen. Ter zitting bij de Voorzitter is de juistheid van deze overweging van de zijde van het college bevestigd. Nu echter uit het besluit van 29 april 2003 niet kan worden opgemaakt dat een deel van de last is komen te vervallen, voldoet dit besluit in zoverre naar voorlopig oordeel niet aan de daaraan te stellen eis van rechtszekerheid.
2.2. Ter zitting bij de Voorzitter is voorts van de zijde van het college verklaard dat tegen de plaatsing van – in het geval van verzoeker - maximaal twee auto’s in de tuin bij de woning geen bezwaren bestaan en dat dan ook, wanneer dat aantal niet wordt overschreden, geen dwangsommen worden verbeurd. Nu het besluit van 29 april 2003 kennelijk ziet op alle in de tuin aanwezige voertuigen en daarin geen uitzondering wordt gemaakt voor de plaatsing van maximaal twee auto’s, is dit besluit naar voorlopig oordeel wat dit onderdeel betreft eveneens in strijd met de rechtszekerheid.
2.3. Gelet op het vorenstaande, bestaat gerede twijfel dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure onverkort in stand zal blijven en bestaat aanleiding voor het treffen van na te melden voorlopige voorziening.
2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs van 6 januari 2003 en 29 april 2003, kenmerk MdB/03/v&t(003) en MdB/03/105 (V&T385);
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs in de door verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 105,29; het bedrag dient door de gemeente Berkel en Rodenrijs te worden betaald aan verzoeker;
III. gelast dat de gemeente Berkel en Rodenrijs aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 175,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Boer
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2003
201.