ECLI:NL:RVS:2003:AO1288
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning voor schapenhouderij wegens stankhinder
Bij besluit van 18 september 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Ameland een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een schapenhouderij op een perceel te Ameland. Verzoekers, bewoners uit de omgeving, stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening vanwege vrees voor stankhinder.
Tijdens de zitting op 11 december 2003 werden de standpunten toegelicht. Verzoekers betoogden dat de ventilatoruitlaat niet voldoet aan de eisen van de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, onder meer omdat deze niet deel uitmaakt van het stalgebouw en het mechanisch ventilatiesysteem mogelijk onvoldoende functioneert. Verweerder stelde dat de vergunning terecht was verleend, met verwijzing naar een indicatieve berekening en aanvullende voorschriften ter voorkoming van stankhinder.
De Voorzitter oordeelde dat de afstand van de stal tot woningen onvoldoende is (circa 75 meter in plaats van 100 meter volgens de Richtlijn) en dat niet vaststaat dat de ventilator voldoende capaciteit heeft om de benodigde onderdruk te garanderen. Hierdoor is twijfel over het juiste emissiepunt en de afstandsbepaling. Gezien deze onzekerheden werd de vergunning geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.
Daarnaast werd het college van burgemeester en wethouders van Ameland veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoekers sub 1 en sub 3, waaronder kosten voor deskundigenrapporten en griffierechten. De voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure en betreft een tijdelijke maatregel.
Uitkomst: De milieuvergunning voor de schapenhouderij wordt geschorst vanwege onvoldoende zekerheid over ventilatiecapaciteit en afstand tot woningen.