ECLI:NL:RVS:2003:AO1301
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- T.I. van Koten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek handhaving milieuvergunning varkenshouderij wegens niet-overschrijding vergunningvoorwaarden
Appellant verzocht om handhaving tegen een varkenshouderij, stellende dat de huidige situatie meer stank en ammoniak veroorzaakt dan toegestaan volgens de vergunning uit 1997. Verweerder wees dit verzoek af omdat de vergunning uit 1997 niet van kracht is geworden door het ontbreken van een bouwvergunning, waardoor de oude vergunning uit 1995 nog steeds geldt.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie de oude vergunning blijft gelden indien de revisievergunning niet van kracht is geworden. Omdat geen overtreding van de vergunning uit 1995 kon worden vastgesteld, was verweerder niet bevoegd tot handhaving en was het bezwaar terecht ongegrond verklaard.
Nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht en de Voorzitter deed onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de oude milieuvergunning nog geldt en geen overtreding is vastgesteld.