ECLI:NL:RVS:2003:AO1321

Raad van State

Datum uitspraak
23 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200307720/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
  • M.A.G. Stolker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 20.8 Wet milieubeheerWoningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieubelastingvergunning voor vergistingsinstallatie

Bij besluit van 7 oktober 2003 verleende de provincie Utrecht aan Eurotec Energy Systems Benelux B.V. een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een vergistingsinstallatie op een perceel te [plaats]. Dit besluit werd op 16 oktober 2003 ter inzage gelegd. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 22 december 2003. Tijdens de zitting werd onder meer vastgesteld dat voor het oprichten van de inrichting ook een bouwvergunning vereist is, welke nog niet was aangevraagd. Hierdoor was de milieuvergunning nog niet in werking getreden.

De Voorzitter nam aan dat met de oprichting van de inrichting niet zou worden begonnen voordat op het beroep was beslist. Gezien dit en het ontbreken van een spoedeisend belang, wees de Voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor de vergistingsinstallatie wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200307720/1.
Datum uitspraak: 23 december 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Utrecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 7 oktober 2003, kenmerk 2003WEM004699i, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan Eurotec Energy Systems Benelux B.V. een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een vergistingsinstallatie op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 16 oktober 2003 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 20 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 21 november 2003, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 december 2003.
Bij brief van 20 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 21 november 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 december 2003. Verzoekers zijn vertegenwoordigd door mr. H.C.S. van Dop, gemachtigde en verweerder is vertegenwoordigd door mr. J.L. Rosch, A.R. Kuiter en ing. L.J. van den Boomen, ambtenaren van de provincie. Verder is namens Eurotec Energy Systems Benelux B.V. gehoord [gemachtigde].
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Voor het oprichten van de inrichting is tevens een bouwvergunning ingevolge de Woningwet vereist. Die vergunning is nog niet aangevraagd. Op grond van artikel 20.8 van de Wet milieubeheer is de onderhavige vergunning daarom nog niet in werking getreden.
2.3. Aan de hand van de uitlatingen ter zitting gaat de Voorzitter er van uit dat met het oprichten van de inrichting niet zal worden begonnen voordat de Afdeling heeft beslist op het beroep van verzoekers. Reeds daarom ziet de Voorzitter thans geen spoedeisend belang om in afwachting van de uitspraak op het beroep een voorlopige voorziening te treffen.
2.4. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2003
157.