ECLI:NL:RVS:2003:AO1324
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-acceptatie melding geluidvoorschriften Wet milieubeheer
Verzoeker heeft bij besluit van 9 oktober 2003 een melding gedaan krachtens artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer, welke melding door verweerder niet is geaccepteerd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter heeft het verzoek behandeld op 15 december 2003, waarbij partijen zijn gehoord. Verzoeker stelde dat de voorgenomen veranderingen leiden tot een afname van geluid op de in de vergunning opgenomen immissiepunten, zodat de melding niet in strijd is met de vergunningvoorschriften.
Verweerder stelde dat het akoestische rapport bij de melding aantoont dat de veranderingen leiden tot overschrijding van streefwaarden op andere immissiepunten dan de in de vergunning opgenomen punten. De Voorzitter concludeerde dat de motivering van het besluit twijfelachtig is omdat het geluid op de 11 andere emissiepunten niet goed kan worden beoordeeld vanwege ontbrekende gegevens over de bestaande geluidbelasting.
Desondanks achtte de Voorzitter het aannemelijk dat door de verplaatsing van geluidbronnen een toename van geluid kan optreden op geluidgevoelige objecten die niet in de vergunning zijn geregeld. Gezien het spoedeisende karakter en het feit dat het bezwaar binnenkort zal worden beslist, zag de Voorzitter geen reden om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot niet-acceptatie van de melding wordt afgewezen.