ECLI:NL:RVS:2003:AO1325
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake saneringsbesluit ernstige bodemverontreiniging te Amsterdam
Bij besluit van 8 oktober 2003 heeft de gemeente Amsterdam vastgesteld dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging op een locatie te Amsterdam en urgentie tot sanering is vastgesteld. Tevens is ingestemd met het saneringsplan dat een functiegerichte en kosteneffectieve sanering voorstaat.
Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening. Zij stelden dat het saneringsplan onvolledig is, met name vanwege onvoldoende verwijdering van asbest, onduidelijkheden over de leeflaag en het transport van verontreinigde grond, en mogelijke risico's door heien en grondwaterdaling.
De gemeente verweerde zich met het standpunt dat het geval deel uitmaakt van een groter saneringsproject en dat asbest volledig wordt verwijderd, de leeflaag gecertificeerd is en dat maatregelen worden genomen om verspreiding te voorkomen. Daarnaast vallen sommige bezwaren buiten het kader van de Wet bodembescherming.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de bezwaren onvoldoende aanleiding geven om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het saneringsbesluit wordt afgewezen.