ECLI:NL:RVS:2003:AW7380
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-voorgebrachte grieven in vreemdelingenbewaring
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluiten van 1 en 3 oktober 2003. Tegen de voortzetting van deze bewaring stelde appellant beroep in bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, die dit beroep op 15 oktober 2003 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat hij niet binnen zeven dagen persoonlijk ter zitting was verschenen en dat de rechtbank onterecht had overwogen dat hij zijn personalia had gewijzigd. Echter bleek uit het dossier en het proces-verbaal dat deze grieven niet bij de rechtbank waren ingebracht.
Volgens artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moeten grieven in hoger beroep binnen de beoordeling van het bestreden besluit door de rechtbank blijven. Omdat appellant deze grieven pas in hoger beroep naar voren bracht, voldoet hij niet aan de wettelijke eisen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 12 november 2003 door de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan de grievenregeling van artikel 85 Vw 2000.