ECLI:NL:RVS:2004:AO1272

Raad van State

Datum uitspraak
7 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200302873/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 planvoorschriften bestemmingsplan Rodenrijseweg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bouwvergunning gymnastieklokaal wegens strijd met bestemmingsplan

Het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs verleende op 4 juni 2002 een bouwvergunning voor een gymnastieklokaal op een perceel bestemd voor maatschappelijke doeleinden volgens het bestemmingsplan.

Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunning omdat het gebouw ook als sporthal voor sportverenigingen zou worden gebruikt, wat niet was toegestaan volgens het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond, maar bij latere uitspraken werd het beroep ongegrond verklaard.

De Raad van State oordeelt dat het college niet heeft uitgesloten dat het gymnastieklokaal ook voor sportverenigingen zal worden gebruikt, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Daarom wordt het hoger beroep van appellanten gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd en de besluiten van het college op bezwaar vernietigd. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de bouwvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan.

Uitspraak

200302873/1.
Datum uitspraak: 7 januari 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], beiden wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 27 maart 2003 in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkel en Rodenrijs.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkel en Rodenrijs (hierna: het college) aan de gemeente Berkel en Rodenrijs (hierna: de gemeente), bouwvergunning verleend voor het bouwen van een gymnastieklokaal op het perceel, kadastraal bekend gemeente Berkel en Rodenrijs, sectie B, nummer(s) 4397/4410, plaatselijk bekend Chrysantenhof nabij hoek Anjerdreef.
Bij afzonderlijke besluiten van 17 september 2002 heeft het college de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 december 2002, verzonden op 18 december 2002, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard.
Bij afzonderlijke besluiten van 11 februari 2003 heeft het college de door appellanten gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard.
Bij afzonderlijke uitspraken van 27 maart 2003, beide verzonden op dezelfde datum, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Een van deze twee gelijkluidende uitspraken is aangehecht.
Tegen deze uitspraken hebben appellanten bij brief van 2 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 28 mei 2003. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 20 augustus 2003 heeft het college van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 december 2003, waar appellanten in persoon en het college, vertegenwoordigd door mr. M.G. Dorrepaal, drs. M.J.H. Moonen en drs. T. van Bekkum, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het perceel is ingevolge het bestemmingsplan “Rodenrijseweg“ van de gemeente Berkel en Rodenrijs (hierna: het bestemmingsplan) bestemd voor “Maatschappelijke doeleinden, subbestemming Ms”.
Ingevolge artikel 16, tweede lid, van de planvoorschriften zijn de gronden met deze bestemming bestemd voor onderwijsvoorzieningen, zoals scholen en gymnastieklokalen.
Ingevolge artikel 16, zesde lid, van de planvoorschriften - voor zover thans van belang - mogen op deze gronden uitsluitend worden bebouwd gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de instellingen zoals deze ingevolge de (sub)bestemming zijn toegestaan.
2.2. Appellanten betogen dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, nu de gemeente voornemens is het onderhavige gymnastieklokaal op korte termijn mede als sporthal voor sportverenigingen te exploiteren. Dat betoog slaagt.
De rechtbank heeft miskend dat de enkele mededeling in het besluit op bezwaar van 11 februari 2003 dat er geen vrijstelling is verleend om het gymnastieklokaal te gebruiken als sporthal voor sportverenigingen, niet het oordeel rechtvaardigt dat zodanig medegebruik niet is beoogd. Uit de stukken noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het college van het voornemen om het gymnastieklokaal ook aan sportverenigingen beschikbaar te stellen, heeft afgezien. Het enkele feit dat het college zich nader over het voornemen wilde beraden, betekent niet dat het was verlaten.
2.3. Het betoog van appellanten dat niet overeenkomstig de bouwtekening en mitsdien in afwijking van de bouwvergunning wordt gebouwd, betreft de uitvoering van het bouwplan en kan in de onderhavige procedure, die uitsluitend de verlening van de bouwvergunning betreft, geen rol spelen.
Hetgeen appellanten hebben aangevoerd ten aanzien van de verleende kapvergunning, is in de onderhavige procedure evenmin aan de orde.
2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraken dienen te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de beroepen tegen de besluiten van het college alsnog gegrond verklaren en de besluiten op bezwaar vernietigen. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
2.5. Nu niet is gebleken van kosten die daarvoor in aanmerking komen, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 27 maart 2003, VWW44 03/531-NIF en VWW44 03/529-NIF;
III. verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond;
IV. vernietigt de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkel en Rodenrijs van 11 februari 2003;
V. gelast dat de gemeente Berkel en Rodenrijs aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht (€ 284,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat.
w.g. Claessens w.g. Van Roosmalen
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2004
53-455.