ECLI:NL:RVS:2004:AO1651
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit monumentenpand Haarlem met dwangsommen
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem legde appellante, eigenaar van een monumentenpand, op 3 oktober 2001 een last onder dwangsom op om het pand terug te brengen naar de oude legale toestand. Dit betrof 17 afzonderlijke maatregelen met bijbehorende termijnen en dwangsommen. Appellante had in 1995 een bouwvergunning gekregen voor verbouwing, maar voerde werkzaamheden uit zonder vergunning, zoals het verwijderen van een trap en voordeur.
Het college stelde dat deze handelingen vergunningplichtig waren en in strijd met artikel 40 van Pro de Woningwet. Appellante voerde aan dat de last onduidelijk was en dat de dwangsommen onevenredig hoog waren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de last voldoende duidelijk was, dat de bouwactiviteiten vergunningplichtig waren en dat het college redelijk had gehandeld door de nieuwe bouwaanvraag buiten beschouwing te laten. Ook was de hoogte van de dwangsommen proportioneel gezien de aard van de overtredingen en het monumentale karakter van het pand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit met dwangsommen wordt bevestigd.