ECLI:NL:RVS:2004:AO1979
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.A. Alkema
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ontvankelijkheid bezwaar marktverplaatsing Hengelo
Op 21 mei 2002 besloot het college van burgemeester en wethouders van Hengelo de warenmarkt van 13 juli 2002 te verplaatsen naar het parkeerterrein aan De Wetstraat vanwege de Hengelo Beach Games. Appellanten, waaronder twee verenigingen voor ambulante handel, maakten bezwaar tegen deze verplaatsing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel en haar afdeling Hengelo werden echter ten onrechte ontvankelijk verklaard, omdat zij niet voldeden aan de eis van rechtspersoonlijkheid en het behartigen van boven-individuele belangen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom dit deel van de uitspraak en verklaart het bezwaar van deze verenigingen niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van de derde appellant oordeelt de Afdeling dat het college terecht het begrip dringende redenen heeft toegepast om de markt tijdelijk te verplaatsen vanwege het bijzondere evenement met bovenregionale uitstraling. Ook is de termijn van drie maanden voor kennisgeving van de verplaatsing voldoende. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het terrein aan De Wetstraat geschikt is en dat de omzetschade binnen het normale ondernemersrisico valt.
De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de verenigingen. De uitspraak van de rechtbank wordt voor zover het de ontvankelijkheid betreft vernietigd en voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van twee verenigingen wordt niet-ontvankelijk verklaard, de marktverplaatsing wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.