ECLI:NL:RVS:2004:AO2026
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedoogbesluit rangeren gevaarlijke stoffen spoorwegemplacement Venlo
Bij besluit van 17 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo besloten het rangeren met gevaarlijke stoffen op het spoorwegemplacement van ProRail in Venlo tot 31 mei 2004 te gedogen. Verzoekster, Railion Nederland N.V., maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 12 januari 2004. Verzoekster stelde dat de aan haar opgelegde richtlijnen in de gebruiksregeling van ProRail haar vervoerscapaciteit aanzienlijk beperken en dat zij hierdoor onevenredig in haar belangen wordt geschaad.
De Voorzitter oordeelde dat verzoekster niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt, omdat het gedoogbesluit zelf niet rechtstreeks haar belangen raakt maar slechts via een contractuele verhouding met ProRail. Hierdoor ontving de Voorzitter verzoekster niet in haar bezwaren en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 16 januari 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.