ECLI:NL:RVS:2004:AO2425
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R. van der Spoel
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergunningverlening ondanks bezwaar appellant zonder rechtstreeks belang
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen verleende vergunningen voor het slopen van twee panden en het bouwen van een woongebouw aan vergunninghoudster. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij als concurrent rechtstreeks belang had, omdat hij daardoor zijn eigen nieuwbouwproject niet kon realiseren. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat appellant niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat het niet de vergunningverlening is die de realisering van zijn project verhindert, maar het ontbreken van beschikkingsmacht over de benodigde grond. Ook staat de verlening van vergunningen aan vergunninghoudster niet in de weg aan andere bouwplannen op dezelfde grond. Verder faalt het betoog dat de vergunningverlening zijn marktpositie als makelaar schaadt, omdat appellant geen objectieve gegevens heeft aangeleverd.
De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond wegens gebrek aan rechtstreeks belang.