ECLI:NL:RVS:2004:AO2427
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing bouw carport in waterstaatkundige beschermingszone
Het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland weigerde op 15 februari 2002 een ontheffing voor het bouwen van een carport aan een locatie te een plaats, omdat dit in strijd was met artikel 7 van Pro de Algemene keur van het Polderdistrict Betuwe. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 26 augustus 2002 ongegrond verklaard en de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep op 9 april 2003 eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke belangen en de feitelijke situatie ter plaatse, waaronder bestaande gebouwen en beplanting. De Raad van State oordeelde dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft en dat de bescherming van waterstaatkundige belangen centraal staat bij het verlenen van ontheffingen. Het vrijhouden van de vrije ruimte is essentieel voor dijkverbetering en bescherming.
De Raad van State bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De kern van de uitspraak is dat het belang van waterstaatkundige bescherming zwaarder weegt dan de belangen van appellant bij het bouwen van de carport.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ontheffing wordt bevestigd.