ECLI:NL:RVS:2004:AO2872
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering instemming nazorgplan stortplaats door Gedeputeerde Staten Gelderland
Appellante diende een nazorgplan in op grond van artikel 8.49, derde lid, van de Wet milieubeheer voor een gesloten stortplaats. Gedeputeerde Staten van Gelderland onthielden instemming aan dit plan en verklaarden het bezwaar van appellante tegen dit besluit niet-ontvankelijk. Appellante stelde dat de beslissing om instemming te verlenen of te onthouden wel rechtsgevolg heeft, omdat het nazorgplan de basis vormt voor de zorgplicht en de vaststelling van de heffing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is die op rechtsgevolg is gericht. De beslissing over instemming met het nazorgplan is gericht op rechtsgevolg omdat het vaststelt of het plan de maatregelen bevat die waarborgen dat de stortplaats geen nadelige milieugevolgen veroorzaakt. Ook al kan de heffing later worden bijgesteld, het nazorgplan vormt de grondslag voor deze heffing.
Daarom is het besluit van Gedeputeerde Staten wel een besluit in de zin van de Awb en had het bezwaar van appellante niet niet-ontvankelijk verklaard mogen worden. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van Gedeputeerde Staten Gelderland wordt vernietigd.