ECLI:NL:RVS:2004:AO2890
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling bij weigering standplaatsvergunning Nieuw-Lekkerland
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland weigerde in 2000 de aanvraag van appellant voor vier standplaatsvergunningen in Kinderdijk voor 2001. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering eveneens ongegrond, maar veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten wegens vermeend kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college in redelijkheid tot de weigering van de vergunningen heeft kunnen komen en bevestigde het oordeel van de rechtbank over de weigering. Echter, de Afdeling vond dat de rechtbank ten onrechte appellant in proceskosten heeft veroordeeld omdat het indienen van aanvragen en het voeren van bezwaar en beroep voor elk jaar afzonderlijk is toegestaan.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin appellant werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en gelastte de gemeente Nieuw-Lekkerland het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden. De rest van de uitspraak van de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling tegen appellant wordt vernietigd, de weigering van de vergunningen bevestigd en het griffierecht vergoed.