ECLI:NL:RVS:2004:AO2950
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening wegens niet tijdig nemen van besluit op aanvraag milieuvergunning
Verzoeker heeft op 30 september 2003 een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Ermelo om toepassing van artikel 8.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor een agrarisch bedrijf op een perceel te [plaats]. Na het uitblijven van een besluit binnen de wettelijke termijn van acht weken, heeft verzoeker op 1 december 2003 beroep ingesteld bij de Raad van State en een voorlopige voorziening gevraagd.
De Voorzitter oordeelt dat het college niet tijdig heeft beslist, omdat binnen de termijn van acht weken geen definitief besluit is genomen, noch een kennisgeving van een voornemen of mededeling van een ontwerpbesluit is gedaan, en de besluitvorming ook niet met een redelijke termijn is verdaagd. Een brief van 19 november 2003 met uitkomsten van een controle kan niet als besluit worden aangemerkt.
Een brief van 13 januari 2004, waarin een voornemen tot wijziging van de vergunning wordt aangekondigd, kan niet worden gelijkgesteld met een voornemen in reactie op het verzoek van verzoeker. Daarom wordt het niet tijdig nemen van een besluit geschorst en krijgt het college vier weken de tijd om alsnog een besluit te nemen of een kennisgeving van een voornemen te doen.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, inclusief het griffierecht. De uitspraak is gedaan op 28 januari 2004 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Ermelo is geschorst en het college krijgt vier weken om alsnog te beslissen.