ECLI:NL:RVS:2004:AO2954
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake handhavingsmaatregelen milieubeheer garagebedrijf
Verzoekster heeft bij besluit van 2 december 2003 verzocht om bestuurlijke handhavingsmaatregelen tegen het garage- en carrosseriebedrijf van vergunninghoudster vanwege vermeende bodemverontreiniging en strijd met de Wet milieubeheer. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat geen aanwijzingen voor bodemverontreiniging aanwezig zijn en een uitbreidingsvergunning mogelijk is.
Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 19 januari 2004 heeft verweerder betoogd dat er geen spoedeisend belang is en dat de bezwaarprocedure kan worden afgewacht. Verzoekster stelde dat de zorgplicht uit de Wet milieubeheer niet wordt nageleefd en verweerder eerder beslistermijnen heeft overschreden.
De Voorzitter heeft overwogen dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Gezien de omstandigheden en het feit dat de bezwaarcommissie het bezwaar op 20 januari 2004 behandelt, is geen spoedeisend belang vastgesteld. Ook is geen bodemverontreiniging gebleken. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.