ECLI:NL:RVS:2004:AO3374
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning zomerwoningen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Alkemade verleende op 28 juni 2001 van rechtswege een bouwvergunning voor de bouw van 74 zomerwoningen op een perceel in de gemeente Alkemade. De Vereniging Veenderpolder en Wijde Aa maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vereniging gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college en de vergunninghouder hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bouwplan getoetst moet worden aan hoofdstuk III van de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied Oost Plus”, waarin het aantal zomerwoningen per bestemmingsvlak is begrensd tot het aantal aanwezig bij terinzagelegging van het ontwerpplan. Omdat op dat moment geen zomerwoningen aanwezig waren, is de bouw van nieuwe zomerwoningen niet toegestaan. De aanduidingen op de plankaart en het bebouwingspercentage konden hieraan niet afdoen.
De Raad van State verwierp de argumenten van het college en de vergunninghouder dat de bouw van zomerwoningen wel was toegestaan, onder meer omdat stacaravans niet gelijkgesteld kunnen worden met zomerwoningen en omdat een restrictieve opstelling van het gemeentebestuur niet wijst op een intentie tot grootschalige nieuwbouw. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor de zomerwoningen is niet van rechtswege verleend.