ECLI:NL:RVS:2004:AO3934
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank inzake brief van universiteitsbestuur als besluit
In deze zaak ging het om het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen die zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van het beroep tegen een brief van het Bestuur van de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. De brief van 27 augustus 2002 informeerde appellant over de afwijzing van zijn verzoek om co-schappen bij ziekenhuizen en bood twee alternatieve mogelijkheden voor het voortzetten van zijn studie.
Appellant stelde dat deze brief wel als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest worden aangemerkt omdat het bestuursorgaan rechtsgevolgen moest hebben beoogd. De rechtbank had echter geoordeeld dat de brief geen rechtsgevolg beoogde en daarom geen besluit was.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en overwoog dat de brief slechts een mededeling bevatte over de afwijzing van het verzoek en mogelijke alternatieven, zonder dat het bestuursorgaan het door appellant gestelde rechtsgevolg beoogde of geacht moet worden te hebben beoogd. Daarmee was de rechtbank terecht onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.