ECLI:NL:RVS:2004:AO3955
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen goedkeuring wijzigingsplan verplaatsing veehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Bedum stelde op 1 april 2003 een wijzigingsplan vast voor het verplaatsen van een veehouderijbedrijf vanwege de uitbreiding van een bedrijventerrein. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Groningen, keurde dit wijzigingsplan goed op 6 mei 2003. Appellant stelde beroep in tegen deze goedkeuring en vreesde verlies van uitzicht en geluid- en stankoverlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder de beoordelingsmarges niet had overschreden en het recht juist had toegepast. Het wijzigingsplan voldeed aan de wijzigingsvoorwaarden van het bestemmingsplan en was in overeenstemming met het provinciale beleid. De afstand tussen het bouwvlak en de woning van appellant was ruim voldoende om ernstige overlast te voorkomen.
Hoewel het uitzicht van appellant enigszins werd beperkt, mocht het college van burgemeester en wethouders meer gewicht toekennen aan het belang van de veehouderij. De Afdeling vond geen aanleiding het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het wijzigingsplan wordt ongegrond verklaard.