ECLI:NL:RVS:2004:AO3981
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning exploitatie horeca-inrichting wegens leegstand en drugsoverlast
De burgemeester van Venlo weigerde op 14 juni 2002 aan appellant een vergunning voor de exploitatie van een horeca-inrichting in een pand te verlenen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank Roermond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De weigering was gebaseerd op artikel 2:26, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening Venlo, waarin vergunning kan worden geweigerd indien de openbare orde of het woon- of leefklimaat wordt aangetast. De burgemeester hanteerde daarbij beleidsregels ter voorkoming van drugsoverlast, die in het gebied van het pand een verscherpt regime voorschrijven, waaronder een verbod op nieuwe horecavestigingen en het criterium dat leegstand van een jaar leidt tot verlies van de status van bestaande horecavestiging.
Appellant voerde aan dat het pand niet als leegstaand kon worden aangemerkt omdat de sluiting was bedoeld om drugsoverlast tegen te gaan. De Raad van State oordeelde dat het pand langer dan een jaar niet als horeca-inrichting in gebruik was geweest, mede door een sluiting van zes maanden op last van de burgemeester, en dat de uitleg van leegstand door de burgemeester niet onredelijk was. De aangevoerde bijzondere omstandigheden rechtvaardigden geen afwijking van het beleid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor exploitatie van de horeca-inrichting wegens leegstand en drugsoverlast.