ECLI:NL:RVS:2004:AO3990
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- I. Sluiter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake begunstigingstermijn dwangsom bedrijfsloods Anna Paulowna
Het college van burgemeester en wethouders van Anna Paulowna legde op 4 maart 2003 een last onder dwangsom op aan appellant, met de eis dat binnen 26 weken de bewoning van een bedrijfsloods op een perceel beëindigd en afgebroken moest zijn. Na bezwaar en beroep stelde de voorzieningenrechter dat het college een nieuwe begunstigingstermijn moest bepalen. Het college bepaalde vervolgens een termijn van 6 weken, waartegen appellant bezwaar maakte en beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep zich richtte op de uitspraak van 12 december 2003 over de begunstigingstermijn en dat eerdere bezwaren buiten beschouwing bleven. Appellant stelde dat het college ten onrechte geen hoorzitting hield en dat de termijn van 6 weken onredelijk kort was, mede gezien een bouwaanvraag voor een bedrijfswoning op het perceel.
De Raad van State verwierp deze bezwaren. Er was geen verplichting tot een nieuwe hoorzitting en de termijn van 6 weken was redelijk, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de last niet binnen die termijn kon uitvoeren. De bouwaanvraag was niet relevant voor de termijnstelling. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Er werd geen voorlopige voorziening getroffen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de begunstigingstermijn van 6 weken bevestigd.