ECLI:NL:RVS:2004:AO3995
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Weigering jachtakte wegens vrees voor misbruik en eerdere veroordeling
Appellant had bij de korpschef van de politieregio Utrecht een aanvraag ingediend voor een jachtakte voor het seizoen 2003-2004, welke op 7 mei 2003 werd afgewezen. De minister verklaarde het daarop ingestelde administratieve beroep ongegrond en ook de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht wees het beroep af. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 39 van Pro de Flora- en faunawet een jachtakte geweigerd kan worden indien er vrees bestaat voor misbruik van de jachtbevoegdheid of het bezit van wapens. Appellant was op 18 april 2003 door de Economische Politierechter schuldig verklaard zonder strafoplegging voor het jagen met een aangepast geweer, dat verbeurd was verklaard. Tevens had hij verklaard te hebben gejaagd op beschermde diersoorten en voer gestrooid om wild te lokken.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht het beleid uit de Circulaire wapens en munitie 1997 had toegepast en dat het feit dat appellant niet veroordeeld was voor overtreding van de Wet wapens en munitie niet aan de weigering afdoet. Ook het verweer dat artikel 39 onder Pro h niet van toepassing zou zijn omdat de gedraging vóór de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet had plaatsgevonden, werd verworpen omdat de gedraging ook onder de toen geldende Jachtwet strafbaar was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter, waarmee de weigering van de jachtakte stand hield.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de jachtakte wegens vrees voor misbruik en eerdere veroordeling.