ECLI:NL:RVS:2004:AO4075
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na toetsing ambtsbericht
De Staatssecretaris van Justitie wees op 4 juni 2002 de aanvragen van appellanten om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank te ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de betrouwbaarheid van een individueel ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de Democratische Republiek Congo, met name over de functie van de vader van appellanten. De Raad oordeelde dat het ambtsbericht als deskundigenadvies geldt en dat de staatssecretaris op de juistheid ervan mag vertrouwen, tenzij concrete aanwijzingen voor twijfel bestaan.
Appellanten overlegden een rapport van een internationale mensenrechtenorganisatie ter weerlegging, maar dit rapport werd niet als objectieve bron erkend vanwege het ontbreken van authentieke documenten. De Raad vond geen reden om het ambtsbericht te verwerpen en bevestigde dat het asielrelaas van appellanten niet geloofwaardig was.
De Raad stelde vast dat de rechtbank niet buiten haar bevoegdheid was getreden en dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het ambtsbericht kon baseren. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.