ECLI:NL:RVS:2004:AO4365
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- T.I. van Koten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen oprichtingsvergunning zeeaaskwekerij na intrekking
Bij besluit van 28 april 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen een oprichtingsvergunning voor een zeeaaskwekerij aan de vergunninghouder. Deze vergunning werd op 8 mei 2003 ter inzage gelegd. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de Raad van State op 11 juni 2003.
Op 6 november 2003 nam verweerder een ontwerpbesluit tot intrekking van de oprichtingsvergunning. De reeds gebouwde kweekvijvers werden volledig afgebroken en er vond geen bedrijfsmatige activiteit meer plaats op het perceel. Het intrekkingsbesluit van 5 december 2003 werd op 18 december 2003 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit werd geen beroep ingesteld, waardoor het onaantastbaar is geworden.
Gezien het intrekkingsbesluit en het ontbreken van enige bedrijfsmatige activiteit op het perceel, heeft appellant geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep tegen de oorspronkelijke vergunning. Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de oprichtingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van de vergunning.