ECLI:NL:RVS:2004:AO4372
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.G.C. Wiebenga
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen schadevergoeding op grond van Wet milieubeheer
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 20 mei 2003 waarbij de schadevergoeding voor beperkingen door provinciale milieuverordeningen werd vastgesteld op € 13.165,50, vermeerderd met wettelijke rente. De vergoeding betreft kosten voor een mestopslagvoorziening op hun landbouwbedrijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat appellanten aanspraak hebben op schadevergoeding op grond van artikel 15.21 juncto 15.20 van de Wet milieubeheer. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de oppervlakte van 200 m2 voor de mestopslag terecht is gehanteerd in plaats van de totale oppervlakte. De Afdeling oordeelt dat dit juist is, mede gelet op de hoeveelheid geproduceerde vaste mest en de gehanteerde vergoedingsregeling.
Verder is het beroep gericht tegen de afwijzing van vergoeding van kosten voor bezwaarbehandeling. De Afdeling stelt dat vergoeding alleen mogelijk is bij herroeping wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, hetgeen hier niet is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.