ECLI:NL:RVS:2004:AO4378
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning agrarisch bedrijf wegens termijnoverschrijding
Bij besluit van 17 juni 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een agrarisch bedrijf met rundvee op een perceel te Bergeijk. Dit besluit is op 25 juni 2003 ter inzage gelegd. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Raad van State.
Verweerder heeft aangevoerd dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant zijn bedenkingen tegen het ontwerpbesluit niet binnen de wettelijke termijn van vier weken heeft ingediend. Appellant stelde dat de kennisgeving van de inzagetermijn onjuist was en dat hij mondeling bedenkingen had ingebracht binnen de termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de bedenkingen schriftelijk buiten de termijn zijn ingediend en dat mondelinge bedenkingen slechts tijdens een gedachtenwisseling kunnen worden ingebracht, welke niet heeft plaatsgevonden.
De Raad van State concludeert dat appellant niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 20.6, tweede lid, onder a, van de Wet milieubeheer om beroep in te stellen. Ook op grond van de overige gronden van artikel 20.6 kan het beroep niet worden ontvangen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van bedenkingen.