ECLI:NL:RVS:2004:AO4380
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen last tot verwijderen verkeersbakens
Het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar heeft appellante gelast om verkeersbakens op haar voorterrein te verwijderen en verwijderd te houden, met een last onder dwangsom. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de verkeersbakens inmiddels waren verwijderd en appellante geen belang meer had bij het beroep.
Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het procesbelang was komen te vervallen doordat de verkeersbakens verwijderd waren en appellante deze niet wenste terug te plaatsen.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang.