ECLI:NL:RVS:2004:AO4389
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- M. Oosting
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering milieuvergunning voor paarden- en rundveehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen weigerde op 10 juni 2003 een milieuvergunning aan appellant voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het fokken en houden van paarden en rundvee en het verstrekken van pension aan paarden. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn geen reden was voor vernietiging. De vergunning kan alleen worden geweigerd ter bescherming van het milieu, waarbij verweerder beoordelingsvrijheid heeft binnen de meest recente milieutechnische inzichten.
Appellant stelde dat de weigering onterecht was vanwege onaanvaardbare stankhinder en dat sprake was van een bestaande situatie die afwijking van afstandsnormen rechtvaardigde. Verweerder hanteerde de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, waarbij voor paarden een minimale afstand van 50 meter geldt. De afstand tot het dichtstbijgelegen stankgevoelige object was circa 26 meter volgens verweerder.
De Raad van State stelde vast dat verweerder onvoldoende had onderzocht welk emissiepunt bepalend was en dat het feit dat nooit een vergunning was verleend niet uitsluit dat sprake is van een bestaande situatie. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ontbrak een deugdelijke motivering. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onderzoek omtrent stankhinder.