ECLI:NL:RVS:2004:AO4603
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vergunning grondwateronttrekking voor parkeerkelder Utrecht
Bij besluit van 28 oktober 2003 heeft de provincie Utrecht aan William House LXIV een vergunning verleend voor het onttrekken van 405 m3 grondwater per uur ten behoeve van de bouw van een parkeerkelder in Utrecht. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 26 januari 2004. Appellant stelde dat de provinciale grondwatercommissie ten onrechte niet in de gelegenheid was gesteld advies uit te brengen en dat de gevolgen van de grondwateronttrekking onvoldoende waren onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat de provincie de commissie wel degelijk om advies had gevraagd en dat de gevolgen van de onttrekking adequaat waren onderzocht en voorzien van voorschriften ter beperking en monitoring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat, op 19 februari 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor grondwateronttrekking wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.