ECLI:NL:RVS:2004:AO4738
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning goederenspoorwegemplacement vanwege geluidhinder in nachtperiode
Bij besluit van 28 oktober 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een vergunning aan Railinfrabeheer B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een goederenspoorwegemplacement aan de Westergracht te Haarlem. Verzoekers, omwonenden, stelden bezwaar tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening gericht op strengere geluidnormen in de eerste drie jaar na vergunningverlening, met name in de nachtperiode.
De Voorzitter overwoog dat de vergunning slechts geweigerd kan worden indien nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt, waarbij een zekere beoordelingsvrijheid aan het bestuursorgaan toekomt. Verzoekers betoogden dat de geluidnormen te hoog waren en de overgangstermijn van drie jaar te lang. De Voorzitter stelde vast dat de maximale piekgeluidgrenswaarden in de nachtperiode (tot 81 dB(A)) mogelijk slaapstoornissen veroorzaken en onvoldoende gemotiveerd waren, omdat maatregelen om piekgeluid te reduceren op korte termijn mogelijk zijn.
Ook was de langtijdgemiddelde geluidgrenswaarde te hoog vastgesteld, omdat een rijsnelheidsbeperking niet was verwerkt in de normering. De Voorzitter besloot daarom de vergunning voor het in werking zijn van de inrichting in de nachtperiode te schorsen en het griffierecht aan verzoekers te vergoeden. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Uitkomst: De vergunning voor het in werking zijn van het goederenspoorwegemplacement in de nachtperiode is geschorst wegens onvoldoende gemotiveerde geluidnormen.