ECLI:NL:RVS:2004:AO4761
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen milieuvergunning voor jachthaven met 34 ligplaatsen
Bij besluit van 15 april 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Boarnsterhim aan Horeca Friesland B.V. een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een jachthaven met 34 vaste ligplaatsen in Grou. De vergunning werd ter inzage gelegd en hiertegen stelde de Vereniging Verenigde Woonarkbezitters De Meer beroep in bij de Raad van State.
De vereniging voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een milieueffectrapport, het niet horen van de appellant voorafgaand aan het besluit, de samenhang met naastgelegen schiphuizen, onduidelijkheid over de vergunning voor de verkoop van boten, en vermeende procedurele tekortkomingen zoals het niet-coördineren van de milieuvergunning met bouwvergunningen. Tevens werd betoogd dat het aantal parkeerplaatsen en het gebruik van verlichting onterecht waren toegestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning terecht was verleend. Er was geen plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport omdat het besluit niet het ruimtelijk plan vaststelde. De appellant was voldoende in de gelegenheid gesteld haar bedenkingen kenbaar te maken. De jachthaven en de schiphuizen vormden geen één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. De overige aangevoerde bezwaren werden inhoudelijk gemotiveerd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de jachthaven wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.