ECLI:NL:RVS:2004:AO5172
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom bodemonderzoek wegens onjuiste bevoegdheid bestuursorgaan
Bij besluit van 3 juni 2002 legde het college van burgemeester en wethouders van Lichtenvoorde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het niet uitvoeren van een bodemonderzoek conform voorschrift A.2.7 van een vergunning uit 1998. De dwangsom bedroeg €50 per dag met een maximum van €5.000. Appellant stelde dat de vergunning per 1 oktober 2000 was vervallen door het inwerkingtreden van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer (Besluit).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Besluit vanaf 1 oktober 2000 van toepassing was op de inrichting, omdat het emissiepunt van de verfspuitbehandelingscabine op minder dan 50 meter van een stankgevoelig object lag en de vergunning van 1998 op dat moment was vervallen. Hierdoor was het bestuursorgaan niet bevoegd om de last onder dwangsom op te leggen op grond van het oude voorschrift A.2.7.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij het college van burgemeester en wethouders in de proceskosten van appellant, inclusief griffierecht en kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van het bestuursorgaan.