ECLI:NL:RVS:2004:AO5175
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag op grond van Regeling beëindiging Veehouderijtakken
Appellant had een subsidie toegekend gekregen op grond van de Regeling beëindiging Veehouderijtakken, maar deze werd ingetrokken omdat hij op 14 maart 2002 nog kippen op zijn bedrijf aanvoerde, terwijl dit volgens de regeling niet was toegestaan na aanvang van de termijn. Appellant voerde aan dat het tijdstip van het sluiten van de koopovereenkomst (10 oktober 2001) bepalend moest zijn voor het aanvoeren van de dieren, niet de feitelijke aflevering.
De Raad van State oordeelde dat onder aanvoeren van dieren op het bedrijf de feitelijke aflevering moet worden verstaan. De brief waarin de subsidie aanvankelijk werd toegekend, was ondanks het ontbreken van een handtekening wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de subsidie en de afwijzing van de aanvraag waren daarom rechtsgeldig.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de subsidieaanvraag afgewezen omdat appellant niet aan de subsidieverplichting heeft voldaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.