ECLI:NL:RVS:2004:AO5198
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO bij wijziging bestemmingsplan Ochten I
Appellanten verzochten om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vanwege een bestemmingsplanwijziging die de bouw van een tandartsenpraktijk tegenover hun woning mogelijk maakt. De gemeenteraad van Echteld wees dit verzoek af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld.
De rechtbank Arnhem vernietigde de beslissing op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de planologische wijziging voorzienbaar was ten tijde van aankoop van de woning in 1971, omdat het oude bestemmingsplan reeds toekomstige bebouwing voorzag.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het uitzichtverlies niet leidt tot planschade die voor vergoeding in aanmerking komt, mede omdat de wijziging voorzienbaar was en de toename van verkeersdrukte en privacyverlies niet substantieel is. De afwijzing van het verzoek om schadevergoeding blijft daarmee in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.