ECLI:NL:RVS:2004:AO5208
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Werkendam over hekwerk vergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Werkendam had op 4 mei 2001 ingestemd met het verzoek van een partij tot het plaatsen van een hekwerk langs een onverharde parallelweg. Appellant, wonende aan dezelfde weg achter het hekwerk, maakte bezwaar tegen deze toestemming, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Breda bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat het besluit van 4 mei 2001 niet louter een privaatrechtelijke toestemming betrof, maar ook een publiekrechtelijk rechtsoordeel over de toepasselijkheid van de APV. De Afdeling stelde vast dat het betrokken weggedeelte een voor het openbaar verkeer openstaande weg is in de zin van de APV en dat het plaatsen van het hekwerk vergunningplichtig is volgens artikel 2.1.5.1 van de APV.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en beval het college een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd; het plaatsen van het hekwerk is vergunningplichtig volgens de APV.