ECLI:NL:RVS:2004:AO5217
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor recreatie-inrichting en tuinterras ondanks bezwaar
De burgemeester van Den Haag verleende op 14 juni 2002 een vergunning aan een exploitant voor het drijven van een recreatie-inrichting en een tuinterras aan een locatie in Den Haag. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door de burgemeester ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de rechtbank 's-Gravenhage het beroep van appellanten tegen deze vergunning eveneens ongegrond.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Zij voerden aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van voortgezet gebruik van het tuinterras na het van kracht worden van het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde echter dat de burgemeester terecht had vastgesteld dat het gebruik van het tuinterras overeenkomt met het gebruik ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan en dat er geen vergroting van de afwijking van het bestemmingsplan was.
Verder werd vastgesteld dat het tuinterras onderdeel uitmaakt van de vergunning voor het restaurant en dat de vergunningen steeds tijdig waren verlengd. Wel werd benadrukt dat het gebruik van de vergunning afhankelijk is van naleving van milieueisen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.