ECLI:NL:RVS:2004:AO5225
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart door college Helmond
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Helmond een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart, welke bij besluit van 28 januari 2002 werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte appellante bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard door het college op 15 augustus 2002. Vervolgens stelde appellante beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die bij mondelinge uitspraak van 26 juni 2003 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de zaak op 22 januari 2004 behandeld, waarbij het college werd vertegenwoordigd door een ambtenaar. Volgens artikel 1 van Pro de Regeling gehandicaptenparkeerkaart komen alleen bestuurders in aanmerking die door een aandoening of gebrek een langdurige loopbeperking hebben, waardoor zij niet zelfstandig meer dan 100 meter kunnen lopen met gebruikelijke loophulpmiddelen.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank op goede gronden tot haar oordeel was gekomen en dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.