ECLI:NL:RVS:2004:AO5278
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing handhaving Hinderwetvergunning schietinrichting
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Weert een verzoek ingediend om bestuurlijke handhavingsmaatregelen te treffen tegen overtredingen van een Hinderwetvergunning uit 1982, verleend aan Schutterij St. Cornelius voor een schietinrichting. Dit verzoek werd op 24 juni 2003 afgewezen. Verzoeker stelde bezwaar en vervolgens beroep in bij de Raad van State. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 27 januari 2004. Verzoeker stelde dat het schieten in de inrichting onveilige situaties veroorzaakt, omdat zijn tuin binnen de onveilige zone ligt en hij zich niet veilig in zijn tuin kan bevinden door neervallende kogels en houtsplinters. Verweerder stelde dat de onveilige zone wordt gecontroleerd en dat het schieten wordt gestaakt zodra iemand zich in die zone bevindt.
Uit de zitting bleek dat bepaalde delen van de onveilige zone, waaronder delen van de tuin van verzoeker, niet volledig zichtbaar zijn vanaf het terrein of de openbare weg, waardoor schutters niet altijd kunnen zien of iemand zich in de zone bevindt. De Voorzitter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen onveilige situaties kunnen ontstaan en dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het besluit geschorst bij wijze van voorlopige voorziening. Het verzoek tot volledige stillegging van alle schietactiviteiten werd te verstrekkend geacht, mede omdat verzoeker geen bereidheid toonde tot afspraken met vergunninghoudster en verweerder. Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Weert wordt geschorst wegens onvoldoende motivering omtrent veiligheidsrisico's.