ECLI:NL:RVS:2004:AO5292
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding voorschrift geurhinder
Verzoekster kreeg bij besluit van 17 maart 2003 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschrift 1.4.3 van bijlage 2 bij het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 2.500 per dag met een maximum van € 10.000. Verzoekster stelde dat de geur in de woning boven de inrichting niet afkomstig was van het bereidingsproces, maar van het uitstallen van versgebakken brood, en dat er geen onaanvaardbare geurhinder was.
Verweerder baseerde het besluit op een advies van de Commissie voor beroep- en bezwaarschriften en een onderzoek van PRA OdourNet B.V. Hieruit bleek dat dampen en broodgeuren vrijkomen tijdens het bereidingsproces en zich binnen de inrichting verspreiden, wat in strijd is met het voorschrift dat dampen gasdicht moeten worden afgevoerd. De Voorzitter oordeelde dat het openen van ovens na het bakken onderdeel is van het bereidingsproces en dat de dampen zich verspreiden naar de woning boven de inrichting.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het niet aannemelijk was dat het besluit onrechtmatig was. Ook het voornemen van verzoekster om de inrichting te verplaatsen was onvoldoende concreet om aanleiding te geven tot een voorlopige voorziening. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.