ECLI:NL:RVS:2004:AO5676
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt uitspraak rechtbank over toelating Vooropleiding Dans Fontys Hogeschool
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het College van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen om haar dochter niet te bevorderen in de Vooropleiding Dans en haar te adviseren te stoppen. Het College verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Vooropleiding Dans geen HBO-opleiding is, maar een voorbereidende periode op het hoger kunstonderwijs, waarvoor specifieke wettelijke bepalingen gelden. De dochter van appellante was geen student in de zin van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (WHBO), waardoor de rechtsbescherming uit die wet niet van toepassing was.
Verder oordeelde de Raad dat het College van beroep voor de examens niet bevoegd was om over het beroep te oordelen. De rechtbank had dit ten onrechte wel gedaan. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond verklaard, het besluit van het College vernietigd en het College onbevoegd verklaard.
Tot slot werd Fontys Hogeschool voor de Kunsten veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het College van beroep voor de examens wordt onbevoegd verklaard.