ECLI:NL:RVS:2004:AO5724
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning consumentenvuurwerkopslagplaats
Bij besluit van 6 mei 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een consumentenvuurwerkopslagplaats op een perceel te een plaats. Dit besluit werd op 9 mei 2003 ter inzage gelegd. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat niet alle appellanten ontvankelijk waren in hun beroep, omdat slechts zes appellanten tijdig bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingediend. De overige appellanten werden niet-ontvankelijk verklaard. De inhoudelijke bezwaren van de appellanten betroffen onder meer de afstand van de opslagplaats tot woningen, de herkenbaarheid van bestelbusjes met vuurwerk en de naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften.
De Raad overwoog dat de bezwaren over de afstand tot woningen onvoldoende waren onderbouwd en dat het bezwaar over de herkenbaarheid van de bestelbusjes niet onder de Wet milieubeheer valt, maar onder andere wetgeving. Ook het bezwaar over de naleving van voorschriften was niet relevant voor de rechtmatigheid van de vergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de consumentenvuurwerkopslagplaats is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.