ECLI:NL:RVS:2004:AO5762
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar wegens valsheid in geschriften
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 1 juni 2001 aan appellant een verklaring van geen bezwaar geweigerd op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken. Appellant was veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een vervalst geschrift als echt en onvervalst, een misdrijf dat relevant is voor de beoordeling van de verklaring van geen bezwaar.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de Minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Minister in redelijkheid tot weigering van de verklaring van geen bezwaar heeft kunnen komen, mede gelet op de beleidsregels die valsheid in geschriften als zwaarwegend criterium aanmerken. Het verweer van appellant dat zijn veroordeling slechts voorwaardelijk was, leidde niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de verklaring van geen bezwaar aan appellant vanwege zijn veroordeling voor valsheid in geschriften.