ECLI:NL:RVS:2004:AO5766
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen saneringsplan bodemverontreiniging Roomburg Leiden
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland stemde bij besluit van 5 november 2001 onder voorwaarden in met een saneringsplan voor een ernstig geval van bodemverontreiniging op de locatie Roomburg te Leiden. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat appellant volgens hen geen belanghebbende was.
Appellant stelde dat hij wel degelijk belanghebbende was omdat zijn woning zich op ongeveer 450 meter van de voormalige stortplaats bevindt, binnen hetzelfde geologische gebied, en dat de sanering gevolgen voor zijn woonomgeving kan hebben. De Raad van State oordeelde dat het Rijn-Schiekanaal tussen de stortplaats en de woning van appellant een barrière vormt voor oppervlakkig grondwater, en dat de stroming van diep grondwater zich juist in een andere richting beweegt.
Verder bleek uit het saneringsplan dat de verlaging van de grondwaterstand geen invloed heeft op de grondwaterstand nabij de woning van appellant, waardoor ook zettingsschade is uitgesloten. Gezien deze omstandigheden is appellant niet als belanghebbende aan te merken en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen belanghebbende is bij het saneringsplan.