ECLI:NL:RVS:2004:AO5804
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning periodieke keuring motorrijtuigen wegens overtredingen
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer heeft op 11 juli 2003 de erkenning van appellant voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen tot 3500 kg voor 12 weken ingetrokken. Appellant maakte bezwaar dat ongegrond werd verklaard en het beroep bij de voorzieningenrechter werd eveneens afgewezen. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de strafpunten opgelegd bij een steekproef op 1 april 2003 in rechte vaststaan omdat appellant geen bezwaar of administratief beroep had ingesteld tegen de weigering van het keuringsbewijs. Het beleid van de algemeen directeur, neergelegd in de toezichtbeleidsbrief van 1 maart 2000, is redelijk en houdt rekening met de ernst van overtredingen en bedrijfseconomische belangen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk is en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak passend is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.