ECLI:NL:RVS:2004:AO5808
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij lozing zonder vergunning Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Verzoeker heeft bij besluit van 3 februari 2004 verzocht om het opleggen van een last onder dwangsom aan een partij vanwege het zonder vergunning lozen op oppervlaktewater, wat door verweerder is afgewezen. Verzoeker betoogt dat het water in kwestie oppervlaktewater is in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en dat een vergunning vereist is.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het water is ontstaan door ontgronding en geen ecosysteem bevat, waardoor het geen oppervlaktewater is in de zin van de wet en het lozen niet in strijd is met de wet. De Voorzitter constateert dat het lozen plaatsvindt in het kader van een ontgrondingproject met een zandwinlocatie en zanddepot, waarbij een ecosysteem in het water sinds 1999 is ontstaan maar thans niet aanwezig is.
Verder is vastgesteld dat de werkzaamheden vrijwel zijn voltooid en de lozingen binnen enkele dagen zullen stoppen. Gezien deze omstandigheden en de belangenafweging ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen sprake is van een vergunningplichtige lozing en de werkzaamheden vrijwel zijn voltooid.