ECLI:NL:RVS:2004:AO6051
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing schadevergoeding grondwaterwijzigingen Bollenstreek
Appellanten vorderden schadevergoeding van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wegens vermeende schade aan hun gewassen veroorzaakt door wijzigingen in het waterwinregime in de duinen tussen Zandvoort en Noordwijk. Deze wijzigingen waren vastgelegd in besluiten van 18 februari 1992 en 6 juni 1995.
Het college wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellanten stelden dat de besluiten onrechtmatig waren en dat er een causaal verband bestond tussen de besluiten en de schade. Verweerder stelde dat de besluiten rechtmatig waren en dat de schade niet voldoende was aangetoond als gevolg van de besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de besluiten van 1992 en 1995 formele rechtskracht hebben, maar dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het causaal verband tussen de besluiten en de schade ontbrak. Het rapport van Grontmij en het TNO-rapport werden besproken, waarbij de Afdeling concludeerde dat de invloed van de besluiten op de grondwaterstand tot circa 3,5 km reikt en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar het verband met de schade.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, met uitzondering van kosten voor het deskundigenrapport van TNO dat vóór de beroepsfase was opgesteld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het causaal verband tussen besluiten en schade.