ECLI:NL:RVS:2004:AO6052
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek inzake meevergassen secundaire brandstoffen
Appellanten verzochten de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat om Demkolec B.V. te dwingen tot verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen en het verbod op het meevergassen van deze stoffen. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellanten stelden dat door het meevergassen verontreinigende stoffen via de lucht neerslaan op oppervlaktewater, wat een vergunningplichtige lozing zou zijn onder de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) en EU-richtlijn 76/464/EEG.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat opslag van afvalstoffen binnen de inrichting niet onder de Wvo valt maar onder de Wet milieubeheer. Er was geen bewijs van lozingen door opslag. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het meevergassen leidt tot lozingen als bedoeld in de richtlijn. De Afdeling concludeerde dat de IPPC-richtlijn van toepassing is en dat de aangevraagde wijziging van de exploitatie een belangrijke wijziging betreft waarvoor een vergunning is verleend.
Verder oordeelde de Afdeling dat de overgangsbepalingen van de IPPC-richtlijn betekenen dat de vergunningplicht uit Richtlijn 76/464/EEG niet meer geldt voor deze wijziging. Daarom was het beroep ongegrond en werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard.