ECLI:NL:RVS:2004:AO6060
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bouwvergunning Maassluis
Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis verleende op 7 januari 1999 een bouwvergunning voor 30 appartementen aan Woning Stichting Maassluis. Een belanghebbende diende op 21 juni 2001, buiten de wettelijke termijn van zes weken, bezwaar in tegen deze vergunning. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en verklaarde het beroep gegrond, waardoor het college werd verplicht het bezwaar opnieuw te behandelen. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het college weliswaar verzuimd heeft rechtsmiddelen te vermelden in de mededeling van het besluit, maar dat dit op zichzelf niet leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Er zijn geen bijkomende omstandigheden die dit rechtvaardigen. Bovendien heeft de belanghebbende niet geïnformeerd naar het besluit of de rechtsmiddelen na ontvangst van de mededeling. Daarom blijft de termijnoverschrijding voor zijn rekening.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.